Home arrow Eclips 2006
Nieuwsflits
Eclipsreis 2006 PDF Print E-mail
Geschreven door Administrator   
Friday, 21 April 2006
Maandag 27 maart 2006
image001.jpgAl een jaar geleden werd er begonnen met de voorbereidingen voor een reis naar de totale zonsverduistering van 29 maart 2006. Mark ging informeren wat de mogelijkheden waren voor een reis ernaartoe. De insteek was ‘low budget’. Ook was er de afweging voor zo min mogelijk kans op bewolking. Hij kwam uit op een plek in Egypte, tegen de grens met Libië aan, waar je de verduistering ca. 4 minuten kon beleven. Turkije was ook een mogelijkheid (Hugo ging daarheen). Turkije viel voor de rest van de groep af, omdat de kans op bewolking daar aanmerkelijk groter was (5%....). De baan van de verduistering begon in Brazilië, over de Atlantische oceaan naar Afrika (Libië, Egypte) en dan via de Kreta en Cyprus naar Turkije en verder naar Rusland en eindigde in Mongolië.
 
Rob en ik vertrokken om 18.00 uur met de trein naar Schiphol, waar we ons voegden bij de groep: Piet Hans met Wessel, Chris en Annemiek met Jasper en Saskia, Mark met collega Erwin, Dick, Ed. We kregen daar ook de tenten van Baobab en gingen met de groep inchecken in de hoop het overgewicht te kunnen verdelen, want er werd uiteraard ook het één en ander aan telescopen en foto- en filmapparatuur meegenomen. Het had wat voeten in de aarde, maar uiteindelijk lukte het allemaal zonder bijbetaling. We vertrokken om 20.45 uur met een Boeing 777. Alle stoelen hebben een eigen tv-schermpje met een luxe keuzeprogramma: films, muziek, games etc.
 
Na een rustige vlucht, landden we om 01.00 uur in Caïro. Vlak voor de landing, zag ik natte wegen. Het had geregend (we hadden geen jassen meegenomen). Voorbij de bagage stond onze gids, Moustafa, ons al op te wachten met de visa, dus dat was makkelijk voor de paspoortcontrole. Moustafa is een Egyptenaar, die 5 maanden Nederlands heeft gestudeerd aan de Vlaams-Nederlandse universiteit, maar nog nooit in Nederland geweest is. Hij spreekt redelijk goed Nederlands. Hij riep of wij de groep Mark van der Gum waren, dat bleef tot aan het eind van de reis er natuurlijk in.
 
We reden met onze bus Caïro in. De bus is een busje voor 20 personen, maar is met ons 12-en goed gevuld. Er zijn namelijk in het gangpad 3 opklapstoeltjes en als daar ook iemand op zou zitten, dan zit je echt wel klem. In Caïro was het rustig zo midden in de nacht. We reden door heel armoedige wijken en kwamen in een smal straatje, waar ons hotel was, Pharaohs hotel. Moustafa checkte in en om 3 uur lagen we in bed. Wake-upcall was alweer om half 7. Ontbijtbuffet bestond uit cake, witte bollen, cornflakes, wat beleg (vleeswaren, die al donker kleuren) en wat warm spul.
 
Dinsdag 28 maart 2006
image002.jpgOm 7.15 uur vertrokken we uit het hotel met onze bus. De bagage ging op het dak en werd met een touw vastgezet. Wij deden nog lacherig dat iemand maar achteruit moest kijken of we niks verloren, maar het ging goed deze dag. Uit het smalle straatje van ons hotel belandden we in een kakofonie van geluid en een chaotische toestand op de weg. Het had bovendien behoorlijk geregend en afwatering kennen ze nog niet zo goed, dus veel wegen stonden blank. Er zijn geen regels in het verkeer, iedereen haalt aan alle kanten in en uit voorzorg toeteren ze vast als ze gaan inhalen. Verder zagen we enorme troosteloze flats, flats, waarvan de helft is weggebroken, flats waarvan je denkt, dat daar geen mensen in kunnen wonen, maar hier en daar hangt wasgoed, dus er wonen écht mensen. Caïro uit duurde ong. 1 uur, maar dat vliegt voorbij, want je komt ogen en oren tekort. Overal is wat te zien, het is zo’n compleet andere wereld.
 
Caïro heeft bijna 20 miljoen inwoners en is de grootste stad van Afrika. In heel Egypte zijn 4 miljoen auto’s, waarvan 2,5 miljoen in Caïro, en 500.000 in Alexandrië. Het ligt voor het grootste deel op de oostelijke oever van de Nijl. Op de westelijke oever breidt de voorstad Giza (Gizeh) zich steeds meer uit in de richting van de piramides. Buiten het stadscentrum heeft Caïro zijn typisch oosters karakter behouden ondanks taxi’s, trottoirs en verkeerslichten. Oud en nieuw, oosters en modern gaan hand in hand. Naast hoge flatgebouwen staan krotten, naast deftige 19e-eeuwse huizen met prachtige smeedijzeren balkons liggen uitgewoonde mensenpakhuizen. Voor de witte hotels meren de faloeka’s, de typisch Nijlboten met de lange gebogen mast. Ezelkarretjes rijden naast dure auto’s; in de smalle winkelstraatjes wordt handel gedreven in de openlucht, met veel loven en bieden en afpingelen, terwijl in de brede winkelstraten de etalages zijn voorzien van geprijsde artikelen.
 
Na een aantal uren, halverwege Caïro en Alexandrië maakten we een plaspauze. Rob gaf me een briefje geld voor de toiletjuffrouw, naar later bleek 10 eg.pond, gelijk aan €1,50, terwijl 1 eg.pond al mooi is. Het meisje was heel lief, Diane heette ze en omhelsde me. Ze gaf me wc papier, naar later bleek de normale manier van doen als je een toiletbezoek doet. Ze deed de kraan voor me open en ging met wc papier m’n handen afdrogen. Díe service is me niet meer overkomen, nou moet ik zeggen, dat ik ook geen 10 eg.pond meer heb gegeven. Deze stop was een heel moderne plek, de laatste moderne tot we hier na een aantal dagen op de terugweg weer kwamen, toen was Diane er helaas niet.
 
image003.jpgDe volgende stop was lunch in Marsa Matruh. Onze gids Moustafa haalde in een restaurant de lunchpakketten, die keurig in doosjes zaten en die we opaten aan het strand. De Middellandse zee was heel blauw, wát een prachtige kleuren! Een paar van de mannen ging zelfs pootje baden. Het water was nog fris. De lunch bestond uit een broodje met een plak (rund)vlees, een banaan,
Verder hebben we nog een stop gemaakt, bij een eettentje annex winkel. We moesten even wachten tot de winkel opging, want de baas was bidden. Ondertussen gingen we plassen….. Een toiletruimte met pisbakken en een deur die half hing en daarin een gat in de grond. Je wil niet weten hoe vies.

image004.jpgAls plassen verder nodig was, dan ging de bus aan de kant en deden de heren het aan de kant van de weg. (oh was ik maar een man….)
Onderweg was woestijnlandschap. In het begin was het leuk, maar na zoveel uur heb je het wel gezien. We zagen veel torens met gaten en stokjes, dat bleken duiventorens te zijn. De mensen kweken duiven en eten/verkopen ze. Verder zagen we regelmatig groepjes dromedarissen. Bij de eerste dromedaris gingen we uit ons dak, bij de tweede was het gewoon, bij het eerste groepje dromedarissen was het geweldig bij het derde groepje keken we amper nog, zo snel went dat. Verder verbaasden we ons over het feit, dat ineens midden in het landschap een muur stond. Iemand bakent z’n terrein af, maar waar het naartoe leidt? Of er stond een moskee in the middle of nowhere. De weg was een prima snelweg, waar wij met onze bus niet harder gingen dan 80 km/uur. De weg was vrij stil en af en toe haalden we ineens een kar met ezel ervoor in. Ook hier was het inhalen links en rechts.

image005.jpgDe zonsondergang hebben we in el Saloum niet meegemaakt, maar onderweg. Het was een schitterende zonsondergang, helemaal tot hij weg was. Hij verdween niet in de wolken.
Door naar el Saloum en uit de verte zagen we, wat ik al vreesde: er stonden gigantisch veel lampen en schijnwerpers, dus het werd geen sterrenkijken. Maar zover was het ook nog lang niet….. We hadden onderweg regelmatig controleposten met ernstig uitziende politiemannen. Ze vroegen wat en er werd wat over en weer met Moustafa geschreeuwd en dan mochten we weer verder. Bij het binnenrijden van el Saloum werd het ernstiger. Ze kwamen met een detector in de bus op zoek naar …..??? “just checking the walls” Honden liepen er omheen. Nou ja, niets gevonden verder maar weer. We waren knap gaar, want we zaten inmiddels al zo’n 12 uur te hobbelen, ca. 800 km. Overigens met een meer dan goede chauffeur. Hij remde op tijd af bij hobbels of gaten in de weg, hij bleef al die tijd heel geconcentreerd. En nog steeds hadden we alle bagage op het dak, een wonder.
 
Onderweg waren we al ingehaald door heel veel grote bussen en we wisten, dat het tentenkamp druk zou zijn, zo’n 6.000 mensen. We reden het plaatsje in en voor het tentenkamp, hoefden we “alleen nog maar de berg op”. Nou, dat vereiste ware stuurmanskunst. Met heuse haarspeldbochten in het donker, en heel veel verkeer. Onze chauffeur, zoals gezegd, wel goed, maar niet geduldig, ging vlak voor zo’n bocht een grote bus inhalen, maar oh wee, er kwam ook een bus naar beneden. Wij in de stress, maar de Egyptenaren werden er niet koud of warm van, nee joh, je blijft gewoon rijden en degene die naar beneden gaat, neemt wel even de andere weghelft. Toch was dit een staaltje, dat zelfs de politie, die erbij stond, wel even naar stond te kijken, maar alles ging goed. De chauffeur is overigens de één na beste van Egypte, de beste ligt in het ziekenhuis!
 
image006.jpgBij het tentenkamp aangekomen zei Moustafa, dat er nog veel bussen achter ons zaten, dus dat we direct een plekje in een grote tent moesten veroveren en bezet houden. Hij zei, dat dat ook onze slaapplaats zou zijn. Wij waren het daar niet helemaal mee eens, met 200 man slapen in een grote bedoeïenentent? Weinig slapen en waarvoor hadden we anders die tentjes dan mee. Na een hoop heen en weer gepraat, besloten we onze tentjes op te zetten. Een paar mannen zetten de tentjes op (in het donker) en anderen hielden een plekje vrij in de tent. Ik schaamde me wel wat, want wij hadden, als enige in de tent een plek met tafeltjes en stoeltjes, terwijl de rest op de grond zat. We moesten die stoelen dan ook met hand en tand verdedigen en uiteindelijk bleven er nog maar een paar stoeltjes over. Niet erg, en we hadden een heel gezellige avond. We kregen eten, Moustafa bleef maar heen en weer hollen, en daarna hebben we nog een fles whisky bijna soldaat gemaakt. Floortje Dessing liep er rond met een cameraploeg en die interviewde Saskia, die het eigenlijk maar allemaal niets vond.
 
We waren heel blij, dat we ons daarna terug konden trekken naar onze tentjes. Heb je toch even je eigen stukje wereld om te slapen. Nou ja, slapen, het bleef tot heel laat in de nacht af en aan rijden met bussen, veel gepraat. Er stond een Italiaans stel een hele tijd te kletsen naast de tenten. Op een gegeven moment was Rob het zat en riep keihard: Hé, you Italiano, shut up. Het hielp, want ze waren meteen weg. In mijn beleving is het een paar uurtjes rustig geweest, maar het leven begon natuurlijk al weer vroeg, want dit was D-day.
 
Woensdag 29 maart 2006
image007.jpgD-day begon niet zo heel goed, want het was heel erg mistig. Het was heel spannend of het nog wel helder zou worden. We gingen weer naar de grote tent voor het ontbijt, dat bestond uit thee/koffie, een eitje en platte pitabroden, die naar later bleek bij iedere maaltijd horen, die je kon scheuren en dopen in jam, bonen of fètakaas. Ik genoot daar wel van, vond het smullen, zo zittend op de grond met een heel gezellige groep. Leuk leuk leuk. Toch sloegen inmiddels de zenuwen wel toe. Rob en Mark gingen een plekje zoeken voor hun apparatuur en de boel werkend maken. Dat nam geruime tijd in beslag. 
 
Het was leuk te zien, dat aan het begin van de ochtend, iedereen nog lekker ontspannen rondliep en naarmate de tijd van het eerste contact naderde (zo rond half 12) de spanning toesloeg. Al helemaal bij Mark, want er werkte iets niet en ook bij Rob, want z’n batterijen waren leeg. Gelukkig was er een Japanner in de buurt die zo slim was om batterijen te verkopen! Rob z’n brand geblust, nu Mark nog. Rob hielp hem en ook Mark was op tijd klaar voor het spektakel! Gelukkig was het inmiddels kraakhelder geworden en naar later bleek de enige dag dat de hemel zo wolkeloos was. 
 
Het was heel bijzonder om mee te maken. Je zag de schaduwen veranderen, naarmate de maan er meer voorschoof, de temperatuur werd lager, het licht werd anders en ineens zagen we in de woestijn vogels vliegen, die gingen slapen. De laatste paar seconden werd het ineens veel donkerder, je zag de schaduwrimpels door de woestijn aan komen hollen. Het leek alsof het in vijf seconden nacht werd. Ineens was Venus zichtbaar. De zon was te zien als een lichtkrans (corona). Je hoorde overal om je heen de camera’s klikken. Met de bril en de kijkers kon je mooi kijken en zag je na een paar minuten de zon weer tevoorschijn piepen. Een prachtige belevenis. Mensen waren aan het roepen en schreeuwen, moesten hun emoties uiten. Toen de zon weer tevoorschijn was gekomen, image009.jpgwas alle spanning in één klap weg. Heel veel mensen gingen meteen inpakken en ervandoor. Grappig was te merken, dat de zon er wel was, maar eigenlijk maar voor een heel klein stukje, en het bleef nog een tijd veel frisser. Pas toen de maan echt voor een groot deel weer weg was, ging de temperatuur weer omhoog. De mannen waren allemaal heel tevreden over hun foto’s, dus ze konden weer lachen, de spanning was er weer af. Ondertussen waren Chris en Annemiek geïnterviewd door Al Jazeera, achter de rug van de journalisten om vroegen wij stoer of ze ons ook konden vertellen waar Bin Laden zat.
 
We kregen nog een lunch en zijn toen met de bus naar Marsa Matruh vertrokken, alwaar het andere tentenkamp was/zou zijn. Daar aangekomen, het was inmiddels alweer avond, zagen we een idyllisch strandje waar al een paar Baobab tenten stonden en één grote bedoeïenentent. Het eerste wat mij natuurlijk weer opviel was dat hier geen toiletten waren…… Wij gingen onze tent opzetten in een gezellige kring en wachtten wat af. Er kwamen nog meer bussen met mensen aan en iedereen zou op het strand slapen. Op een gegeven moment een hoop geschreeuw op straat en toen bleek, dat de vergunning om te overnachten op dit strand niet rond was. De burgemeester wilde een hoop smeergeld hebben per persoon. Moustafa pikte dit niet en ging tot op hoog niveau protesteren. Ondertussen kwam hij melden, dat iedereen de stad in ging en daar zou avondeten. Ondertussen werd dan op het strand alles in orde gemaakt voor de overnachting. Wij voelden daar niets voor, a. er waren kinderen bij en het werd al laat, b. als we eenmaal weg zouden zijn, wat dan…… Dus wij bleven als enige groepje op het strand, in de bedoeïenentent. Piet Hans (Piet Gans, zoals zijn bijnaam werd) had een brandertje mee en een paar instantmaaltijden, dus wij hadden ons eigen diner en aangevuld met, alweer, wat whisky was het een koningsmaal. Mark heeft zelfs Saturnus nog gespot, we hadden een leuke avond.
 
Veel mensen waren boos over deze toestand en wij hadden eigenlijk alleen maar lol. Laat in de avond kregen we te horen, dat de vergunning rond was en kropen we direct onze tentjes in. We hoorden de andere bussen aankomen en die mensen gingen ook een slaapplek zoeken. Ze dachten dat de tentjes er al kant en klaar stonden en probeerden onze tenten, maar helaas, al bezet. Mopperend gingen ze hun eigen tent opzetten en veel anderen ‘sliepen’ weer in de grote tent.
 
Donderdag 30 maart 2006
image010.jpgDe volgende morgen was het heerlijk weer en hebben we weer ontbeten (zelfde recept) in de grote tent. Na het ontbijt had Dick een bongo gekocht van de Egyptenaren, die de tent hadden opgezet. Dat gaf nog een hoop hilariteit, want Dick ging erop spelen, de Egyptenaren erbij en dansen en klappen, en tot overmaat van hilariteit moest ik ook nog meedansen. De Egyptenaar tegenover me keek alleen maar hoe mijn borsten op en neer wipten. Dat is een uitzicht, dat hij in dit moslimland, natuurlijk zelden meemaakt. Toen was ook deze lol over en was het op naar Alexandrië.
 
Onderweg stopten we nog bij de herdenkingplaats El Alamein. Daar in de buurt is in de tweede wereldoorlog enorm gevochten. Duitsers en Italianen vochten tegen de Britten in 1942.  Wij gingen naar het Duitse oorlogsmonument. Vreselijk om al die namen te zien, 4200, van jongens die ook maar gestuurd werden om in die bloedhitte een gevecht te leveren.
 
Alexandrië is de één na grootste stad van Egypte, met 5 miljoen inwoners (‘s Zomers 10 miljoen mensen). We kwamen hier rond het middaguur aan en gingen naar ons hotel. Ook Alexandrië staat bol van het getoeter. Ons hotel lag bij een rotonde en vanaf onze hotelkamer keken we zo op die rotonde. Het glas was helaas niet dubbel geïsoleerd. Het hing in sponningen die erg nodig een likje verf konden gebruiken en qua geluid leek het of er een raam openstond, dat hebben we alleen niet kunnen vinden. Ook deze kamer was netjes. We gingen lekker douchen, hè hè eindelijk weer, want in de tentenkampen was dat natuurlijk niet mogelijk. Het eerste tentenkamp had  dan nog wc’s (meestal was het water op om door te trekken), het tweede had zelfs dat niet…… Je wil niet weten hoe dat eruit zag na 250 mensen plassen en poepen.
 
image011.jpgimage012.jpgNa het opfrissen gingen we lunchen in een beroemd tentje (koningin Sylvia had er in een grijs verleden ook gegeten). We kregen weer het platte brood met sausjes en mixed grill. Hét favoriete eten daar óf van onze reisleider, want hij bestelde altijd. Het smaakte prima en voor 2 euro aten we onze buiken vol. Daarna splitsten de wegen zich. Een paar gingen ‘shoppen’ en ik ging met een paar mee naar een koffietentje. De mannen zitten daar gezellig bij elkaar. Vrouwen zie je er niet, alhoewel, naast ons zat een vrouw alleen. We hadden het gevoel dat die daar even geparkeerd was. We bestelden koffie en thee en …… een waterpijp. Daar zijn leuke foto’s van.  Ik moest het ook proberen, maar ik ‘zoog niet hard genoeg’ en kreeg geen rook eruit. Alhoewel, ineens wel wat rook, maar dat ging linea recta m’n keel in. Bah. Toch leuk. Onderin zo’n waterpijp zit vocht, erboven hete kooltjes. Als je zuigt, zie je het vocht bubbelen, dan moet je stoppen en uitblazen. De theorie….
 
’s Avonds hebben we in een chique tent vis gegeten en daarna buiten ergens een gigantisch glas vers geperst fruit voor 1 euro. Daarna gingen, Annemiek, Piet Hans, de kinderen en ik in een koetsje met paard, terug naar het hotel.
 
Vrijdag 31 maart 2006
De volgende ochtend kwam er een Alexandrische gids bij en die liet ons de stad zien. Alexandrië werd in 331 v. Chr. gesticht door Alexander de Grote. In de Antieke Oudheid genoot Alexandrië wereldfaam als centrum voor wetenschappelijk, filosofisch en literair onderwijs. In 300 v. Chr. werd de beroemde Grote Bibliotheek gebouwd. Het centrum bevatte de grootste collectie handschriften – een half miljoen- van de oudheid. In 48 v. Chr. vloog een deel van de bibliotheek in brand tijdens een opstand tegen het leger van de Romein Julius Caesar. In de 4e eeuw na Chr. werd het christendom de belangrijkste godsdienst van het Romeinse rijk. In een godsdienststrijd zou de rest van de bibliotheek verloren zijn gegaan en raakte Alexandrië in de vergetelheid. Pas in 1798, toen Napoleon Egypte binnenviel, leefde de stad weer op. Voorheen was bijna de helft van de stadsbewoners buitenlands, tegenwoordig zijn de 5 miljoen inwoners overwegend Egyptisch.
 
’s Zomers bevolken duizenden Caïrenen de mediterrane zandstranden en de 35 kilometer lange strandboulevard. De bibliotheek ligt langs de boulevard en is herbouwd. Het is nu een prachtig gebouw met veel symboliek. Langs de granieten platen aan de buitenkant zijn tekens van alle alfabetten ter wereld gegraveerd. De metaalachtige koepel symboliseert de zon, symbool voor het oude Egypte en de oneindige zoektocht naar kennis. De huidige collectie van 300.000 boeken is verdeeld over zeven verdiepingen die samen een ‘piramide van kennis’ vormen
 
We bezochten de tuinen van het Montazah-paleis. Langs de baai is het hotel Palestine en over het strand een wandelbrug met torentjes. Een vergrote versie hiervan is gebouwd op de boulevard. Daarna gingen we naar het Grieks-Romeinse museum.
Vanuit de faraonische geschiedenis is Egypte nauw verbonden met  het rijke Griekse en Romeinse verleden. Het museum was oorspronkelijk zowel kunstacademie als universiteit en onderzoeksinstituut. Het werd opgericht in de 4e eeuw v.Chr. Tegenwoordig bevat het een uitgebreide verzameling voorwerpen die in Alexandrië en omgeving zijn gevonden en dateren uit de tijd van 300 v.Chr. tot 300n.Chr. Eind jaren 90 hebben onderwaterarcheologen sfinxen, zuilen, fragmenten van obelisken en grote granieten blokken gevonden, die waarschijnlijk restanten zijn van de vuurtoren Pharos, één van de 7 wereldwonderen, ooit vernietigd door een aardbeving. Iets daarvan zou hier te zien zijn.
 
image013.jpgVeel hebben we daar niet van gezien, want daar kwam Dick aan met zijn bongo. Hij wilde even horen hoe dat klink in het amphi-theater. Toen hij ging zitten, kwamen er een paar schoolklassen kinderen aan en natuurlijk als door een magneet getrokken naar hem toe. Ik ging op de tribune zitten en in no-time werd ik omringd door wel 15 kinderen. Ze vroegen door elkaar heen ‘how old are you, where are you from, what is your name. Dat zijn de eerste 3 engelse zinnen die ze leren. Toen moest er natuurlijk gedanst worden op de muziek. Het was een heel gezellige boel.
 
Daarna reden we naar de Citadel, een oud fort. Daar was niet zoveel belangstelling voor van onze kant. We vonden het leuker om wat over de boulevard te slenteren met veel uitgestalde souvenirs en nog meer mensen.
 
Tussen de middag gegeten in Alexandrië, vlak bij de Aboe al-abbas moskee. Het was vrijdag, de belangrijkste rustdag. Naast de moskee was er een restaurant, waar wij gestald werden door Moustafa, hij regelde wel ons eten: plat brood en …………1 x raden…….mixed grill
Daarna ging hij bidden. We verbaasden ons erover dat er zoveel vrouwen buiten bidden. Vrouwen mogen ook wel binnen, maar 5 dagen per maand, ‘als ze niet rein zijn’, moeten ze buiten blijven.
 
En op naar Caïro. Onderweg werd er op een gegeven moment naar ons getoeterd, wij hoorden geen verschil in toeteren, maar de chauffeur wel, want het was voor ons. We waren namelijk wat verloren van het dak. We stopten en direct werd er weer getoeterd. Een achterligger had de verloren slaapzak opgepakt, en stopte nu om hem door het raam aan te geven. Op de snelweg….. dat kan daar gewoon. Verderop kwamen we in een zandstorm en vlak voor Caïro begon het te regenen. Niet zo hard gelukkig, want de bagage mocht niet nat worden met al die apparatuur erin.
 
In Caïro kwamen we weer in ons Pharaohs hotel aan. Het regende nu behoorlijk. Bij aankomst regende het, in de tussenliggende dagen was het droog geweest en nu regende het weer. We gingen ons opfrissen en eten in de stad bij een bekend restaurant, Felfela, voor ca. 15 euro eten. Daarna gingen we naar de souk. Een gebied met allemaal heel kleine winkeltjes. Daar hebben we met z’n allen wat rond gelopen met Moustafa. Moustafa zou eigenlijk naar huis gaan deze avond, want hij woont met vrouw en zoontje in Caïro. Wij wilden graag de stad in en hij vond het leuk om mee te gaan. Leuk was het dat Dick nog een bongo wilde kopen en daarover flink aan het onderhandelen was. Annemiek had in samenwerking met Moustafa enorm onderhandeld over twee schalen/borden. Ze had een prijs bedongen, die zo laag was, dat de verkoper er met zijn baas over moest bellen. Maar ze kreeg het! Een overwinning!. Chris had inmiddels flink onderhandeld over, jawel, ook een bongo, en Piet Hans had een kleintje gekocht. Uiteindelijk heeft Dick er ook één bemachtigd.
 
Aan het eind van de avond zette Moustafa ons in taxi’s en ging zelf naar huis. Hij belde nog wel naar het hotel of we goed waren aangekomen. Die taxirit was trouwens ook een heel avontuur. We konden met 7 in een taxi en liepen achter de chauffeur aan naar de taxi. Een Peugeot met extra achterbank. Hij stond achteraf geparkeerd en moest, om weer op de grote weg te komen een wijk door….. De straatjes werden steeds smaller. Het was een beetje zoals je wel in films uit 1900 ziet. Heel smalle straatjes, ongeasfalteerd. Zo breed dat de auto er net door kon, allemaal vuilnis langs de weg, heel donker. Ik moet zeggen dat ik blij was weer op de grote weg te zijn, maar het was wel een belevenis.
 
Zaterdag 1 april 2006
De volgende ochtend maakten we kennis met onze gids voor Caïro. Moustafa ging die dag niet mee, jammer genoeg, want we maakten een hoop lol met elkaar in de bus. Ging hij opeens olé, olé, olé zingen, of onderweg riep hij ‘alle ballen verzamelen’. ‘Vooruit met de geit’ was ook een favoriete uitdrukking van hem. Met deze gids gingen we naar het Egyptisch museum en de piramides bezoeken. We besloten eerst naar het museum te gaan, want het goot van de regen. Het was leuk om in het museum te zijn, maar de gids sprak niet zo duidelijk, dus dat voegde niet veel toe. Er staat zo verschrikkelijk veel om te zien, dat we maar een greep hiervan hebben kunnen zien. Men zegt, dat je hier wel een maand moet rondkijken, wil je de 100.000 uitgestalde voorwerpen allemaal kunnen bekijken. 50 eeuwen schoonheid ligt hier uitgestald. De Egyptische bodem is onuitputtelijk rijk aan cultuurschatten. Honderden kisten staan nog onuitgepakt in de kelders en ieder jaar groeit de voorraad. Het is echter niet een keurig ingericht museum, veel vitrines zijn overvol.
 
In de ronde hal staan 4 kolossale beelden van Ramses II. Bijzonder zijn ook de vele kleuren op wandschilderingen en beelden. Hoe kan dat al die eeuwen bewaard zijn gebleven? Piet Hans was met de jongens op eigen gelegenheid erdoorheen gelopen en had zelfs de mummies bezocht. Dat had ik ook wel willen doen, maar er was geen gelegenheid meer voor. Wel hebben we het graf van Toetanchamon gezien en het dodenmasker. De mummie van Toetanchamon werd aangetroffen in de binnenste van drie in elkaar passende mensvormige mummiekisten, 22 karaats, 225 kg. zwaar en versierd met email, edelstenen en lapis lazuli, prachtig blauwe lazuursteen. Het gouden masker – iedere kist was voorzien van een gouden masker – is gedecoreerd met de koppen van gier en slang en de Osiris-baard, en met albast, groen veldspaat en zwart vulkanisch glas; een kraag van kralen siert hals en borst. De mummiekisten lagen in een sarcofaag. De sarcofaag was weer omgeven door 4 rechthoekige, in elkaar passen schrijnen, gemaakt van hout met bladgoud. De buitenste is ca. 5 m. lang, 3 m. breed en 2,5 m hoog.

image014.jpgNa het museum gingen we naar de piramides, gelukkig was het inmiddels droog geworden. Nou ja, droog, de lucht was droog, maar van afwatering hebben de Egyptenaren niet zoveel kaas gegeten, want de wegen stonden weer blank.
Egypte heeft nog 88 piramides, grote en kleine, gave en verweerde, alle gelegen ten westen van de Nijl, op een plateau aan de oostrand van de Libische woestijn. We gingen naar de piramides van Giza, die het meest bekend zijn. 100.000 Egyptenaren werkten 20 jaar aan de bouw van de piramide van Cheops.  De rij van piramides vormt met de graven van familieleden, hovelingen en hoge ambtenaren van de farao, de grote dodenstad van het Oude Rijk. De 3 piramides van Giza zijn de grafmonumenten van de farao’s Cheops, Chephren en Mycerinus en rijzen op uit de woestijn, 14 km ten zuidwesten van Caïro.
 
Cheops, de 2e koning van de 4e dynastie, besteeg rond 2500 v Chr. De troon en hij begon zijn regering die 23 jaar duurde met de bouw van zijn graf. Ook in onze tijd verdient dit koningsgraf, dat 47 eeuwen geleden door louter mensenhanden werd gebouwd, nog ontzag. Van de klassieke 7 wereldwonderen is het het enige dat de tand des tijds heeft doorstaan. Het grondoppervlak is 5,3 ha. En als men van de piramide bakstenen zou maken, en deze in een rij zou leggen, zou men daarmee 2/3 van de aardomtrek kunnen omspannen. De hoogte was 146 m, de zijden van het grondvlak hebben een lengte van 230 m, het gewicht is 6 miljoen ton. 2,3 miljoen steenblokken, die een inhoud hebben van 1,1 m3 en een gewicht van 2500 kg.
Hoe kan je zoiets maken zonder technische hulpmiddelen. De diagonalen van de piramides van Cheops en Chephren liggen in elkaars verlengde, die van Mycerinus lopen ermee evenwijdig. De basishoeken zijn recht en de basislijnen wijzen precies naar de vier windstreken.
 
Het is ondenkbaar dat dit door slaven is gebeurd. De gids vertelde, dat het voor de Egyptenaren een eer was om hieraan te werken, want ze werkten voor de farao, in hun ogen bijna gelijk aan God.
 
Bij de piramides liepen we een tijdje rond, lieten alles op ons inwerken en merkten dat we minder emoties voelen, dan we verwacht hadden. Er liep veel toeristenpolitie rond en ze zaten ook op de kamelen. Grappig gezicht, politie te kameel. In het Nederlands duiden we ze trouwens aan met dromedaris, omdat de één bult hebben. Maar het Arabisch maakt geen onderscheid tussen kameel en dromedaris. Een goede kameel is nuttig als rij-, trek-, slacht- en huisdier. Hij vraagt weinig en geeft veel gedurende de dertig jaren dienst die een normale kameel verricht. Hier bij de piramides zijn ze opgetuigd met oosters kleedjes, om zijn nek en aan de teugels hangen gekleurde wollen franjes en kwastjes.
 
We werden hier voor het eerst geconfronteerd met de verkopers. Als vliegen komen ze op elke nieuwe buslading af om hun kaarten, boekenleggers en wat dies meer zij te verkopen. Als je duidelijk nee schudt, dan zijn zo ook snel weer weg, zo ervaren wij.
 
Na deze plek, reden we iets verder omhoog, waar je een mooi uitzicht had over de piramides en waar je natuurlijk ook de bekende foto kan maken, van het vingertje tegen of op de top. Hier zijn ook allemaal verkopers met uitgestalde waren. We kochten 2 mini-toetanchamons en een paar piramides.
 
Daarna reden we de weg naar beneden en kwamen we op een terras met uitzicht op de sfinx. De sfinx is de wachter bij het graf van Chephren. Geheimzinnig glimlachend staart hij met vage blik in de verte. Hij heeft ook iets fascinerends, passend bij de majesteit van koning en leeuw. Hij werd gehouwen uit een natuurlijke rotsrug. De sfinx is ruim 70 m lang en 20 m hoog. Zijn gezicht is 4 m breed,zijn mond is 2 m. Jammer genoeg is het gezicht beschadigd, de neus is eraf.
 
De gids wilde er meteen heen, maar wij bedachten, dat we even koffie wilden op het terras. We zaten daar heerlijk van het uitzicht te genieten. En maar goed ook, dat we deze pauze namen, want …….. het begon te regenen. De gids had ’s morgens gezegd, dat het daar bijna nooit regende, want het was woestijn. Nou, wij Nederlanders hadden blijkbaar de regen meegenomen, wat een bui. Leuk om te zien hoe de plaatselijke jongetjes dansten en sprongen in de regen, zoals wij in de sneeuw. We dachten droog te zitten onder het afdak, maar ja. Het afdak was niet echt berekend op regen. Het waren opgehangen doeken, die al snel doorlekten. We merkten, dat als we onder een buis gingen staan, we het meest droog stonden en zo stonden we met z’n allen op een rijtje. Komisch. Het was echt een stortbui, die even snel als hij begon weer ophield. Wat een geluk, dat we niet net bij die sfinx liepen, dan waren we erg nat geweest. Na de regen, liepen we naar een sfinx, ‘die gehuild had’. Als je zo onder die sfinx staat is het wel veel groter, dan je altijd op de plaatjes ziet.
 
Na deze ervaring gingen we weer terug naar Caïro. Het was inmiddels al laat in de middag en we hadden nog geen lunch gehad. We vroegen onze gids naar een adres, en hij leverde ons af bij een restaurant, waar we onze laatste maaltijd als groep nuttigden. Hierna scheidden onze wegen zich wat. Rob, Piet Hans, Wessel, Ed en ik wilden wel terug naar het hotel, zo’n 20 min. lopen volgens de ober. De anderen wilden nog ‘shoppen’ en zouden dan met de taxi naar het hotel gaan. We begonnen te lopen, staken regelmatig grote kruisingen over (kamikaze is dat) en bleken de verkeerde kant uit te lopen. Wel kwamen we op deze manier nog in een winkel, die voor de mannen erg leuk was met allemaal draaibanken. Omgekeerd maar weer en een paar keer de weg gevraagd. Uiteindelijk kwamen we op bekend terrein. Toen we bij het hotel kwamen, waren we 1 ¾ uur verder, maar hadden we nog weer heel wat van de stad gezien. 
 
We gingen wat rusten/slapen en vertrokken om 12 uur ’s nachts met de bus richting vliegveld. Na een rustige vlucht, vertrek om 03.00 uur, kwamen we om 08.00 uur aan op Schiphol.
 
Al met al kijken we met heel erg veel plezier terug op deze reis, het was heel gezellig met de groep en we hebben veel gezien en meegemaakt. Alles werd in heel goede banen geleid door Moustafa en dat bepaalde het denk ik ook voor het grootste deel. We wisten, wat er ook gebeurt, het komt goed en dat gaf veel rust en ruimte voor gezelligheid.
 
De volgende zonsverduistering is in juli 2007 op Nova Zembla te zien. Wie gaat er mee??
 
Adriënne van Vreden
 
 
Laatst Aangepast ( Friday, 21 April 2006 )
Copyright 2000 - 2004 Miro International Pty Ltd. All rights reserved.
Mambo is Free Software released under the GNU/GPL License.